Er was eens een oudere vrouw, ergens midden in het land, die zelfstandig woonde. Ze kon zich aardig redden tot ze haar sleutelbeen brak. Na haar operatie ging ze herstellen in het verpleeghuis. Ze vond het  moeilijk om  daar te zijn:  ze was in één keer niet meer de baas over haar eigen leven.

Met het  smoesje dat ze haar eigen huis miste is ze daar weer weggegaan.  Dat was natuurlijk  zo, maar de eigenlijke reden durfde ze niet te zeggen.
Niet zo’n aardig verhaal. Maar er zijn wel meer mensen die denken dat een verpleeghuis niet zo prettig is om te verblijven.  Maar gelukkig: de werkelijkheid lijkt anders te worden.

Rinie Boermans, coördinator van de beroepsopleidingen van Zorggroep Noorderbreedte werkt al heel lang in de ouderenzorg. Met name de laatste 4 jaar ziet ze het werk veranderen. Vroeger was het zo, dat wanneer je in een verzorgings- of verpleeghuis terecht kwam,  je maar had aan te passen. Er werd bepaald hoe laat je in en uit bed moest komen, en zelfs hoe laat er gegeten moest worden. Dat kon ook niet anders, want zo was de zorg georganiseerd.

Daar komt nu steeds meer verandering in.
Vooral in de kleinschalige zorg gaat deze ontwikkeling heel hard. In deze zorgvorm wonen zo’n 6 á 8 bewoners bij elkaar en zij zijn de baas. Dat wil zeggen dat zij mogen aangeven hoe ze daar willen leven. Nu kan niet iedere bewoner dat meer goed zeggen, maar de beroepskracht leert nu te letten op heel andere signalen.

Als bijvoorbeeld meneer De Bakker onrustig is aan tafel en steeds op wil staan, dan kun je dat lastig vinden, maar je kunt ook proberen uit te vinden waarom hij dat doet. Vindt hij het te druk en wil hij naar zijn kamer, moet hij misschien naar het toilet? Eerder gebeurde het wel dat iemand dan in een diepe stoel werd gezet waaruit hij moeilijk op kon staan, bang als men was dat hij zou kunnen vallen.

Als je nu gaat werken in de ouderenzorg , wordt er veel meer uitgegaan van wat de cliënt wil. Dat betekent ook dat je als zorgverlener nog heel andere dingen moet kunnen dan  wassen en aankleden. Je moet juist heel goed kunnen luisteren en observeren, je heel goed kunnen verplaatsen in andere mensen, gesprekken kunnen voeren, leren om de regie bij de cliënt te laten en natuurlijk reflecteren.  Want leren is niet alleen doen, je moet er ook over nadenken.

Rinie vindt scholing dan ook erg belangrijk, ook voor de huidige werknemers. Want als je iets al heel lang op een bepaalde manier hebt gedaan, dan leer je dat ook niet zomaar af. Ze hoopt dat er nu veel meer met een welzijnsbril naar de bewoner wordt gekeken. Daarom vindt ze het ook belangrijk dat toekomstige nieuwe medewerkers veel kunnen. Het is een uitdagend beroep. Men heeft nu al enkele mensen aangenomen met een opleiding Helpende Zorg én Welzijn. Die kijken toch net even anders naar het werk.


Dit voorjaar wordt met het Friesland College  een (bbl)-opleiding gestart waarbij cursisten zowel het Verzorgende (VZ)-IG diploma halen als het diploma Medewerker Maatschappelijke Zorg (MMZ). Klaar voor de toekomst.